Cobra en Politiek – Cobra Museum voor Moderne Kunst

Cobra en Politiek

vrijdag 23 apr 2021 t/m zondag 26 sep 2021

Kunstenaars van de Cobra-beweging uitten in hun kunst hun politieke opvattingen en gezamenlijke idealen. Dit wordt aan de hand van een aantal werken uit de museumcollectie getoond in Cobra en politiek. De tentoonstelling geeft een beeld van hoe er vanuit de Cobra-beweging gekeken werd naar kunst en de maatschappij en besteedt ook aandacht aan de politiek van de groep zelf. Wat betekende het bijvoorbeeld om als vrouwelijke kunstenaar in die tijd wel of geen deel uit te maken van deze groep?

Constant, Fauna, 1949 c/o Pictoright Amsterdam 2021

In 1948, kort na de Tweede Wereldoorlog, ontstond de Cobra-beweging uit de samenkomst van drie verschillende kunstenaarsgroepen uit drie landen: Denemarken, België en Nederland. De Deense experimentelen, die zich hadden verenigd in het tijdschrift Helhesten, dachten al in de jaren dertig na over de toekomstige maatschappij en de rol die kunst hierin kon spelen. De overkoepelende opvatting van de Deense groep, waarvan veel leden zich ook hadden aangesloten bij de communistische partij, was dan ook een verlangen naar een kunst die niet alleen vóór, maar ook dóór het volk gemaakt zou zijn. In België kwam in 1947 de Surrealistisch-Revolutionaire Beweging op als reactie op het surrealisme van de Franse grondlegger André Breton. Volgens de Belgen was dit surrealisme te weinig communistisch en revolutionair. Na de bevrijding kregen in Nederland veel kunstenaars, die tijdens de oorlog vaak nauwelijks kunst hadden kunnen maken, een enorme drang naar vrijheid. Veel van hen, op zoek naar een nieuwe kunsttaal in een kunstwereld waarin alles mogelijk leek, verenigden zich in de Experimentele Groep Holland.

Else Alfelt, Fjelde, 1948, c/o Pictoright Amsterdam 2021

Deze drie groepen hadden overkoepelende ideeën over wat kunst was en zou moeten zijn in de naoorlogse samenleving.  Kunst moest voor én door iedereen gemaakt worden. De Cobra-kunstenaars hoopten het elitaire van de kunst te kunnen wegnemen, zodat de creativiteit in alle mensen bevrijd zou kunnen worden. Kunst was voor hen niet een levenloos object in een museum, maar een plaats van verbondenheid tussen mensen, vooral degenen die door de kunstwereld buitengesloten werden. Deze opvattingen kwamen tot uiting in hun kunstwerken, bijvoorbeeld doordat zij inspiratie vonden in fantasie, dieren en kunstvormen die eerder ondergewaardeerd bleven, zoals niet-westerse kunst en kindertekeningen.

Henry Heerup, Zonder titel, 1932-1980, c/o Pictoright Amsterdam 2021

Hoewel vrijwel alle leden van de Cobra-groep zich in meer of mindere mate in de gedeelde opvattingen hebben herkend, waren het voornamelijk de theoretici van de groep, Asger Jorn, Christian Dotremont en Constant, die zich bezighielden met kunst- en maatschappijtheorieën. Cobra en politiek laat ook zien dat er kunstenaars waren die hier weinig mee van doen hadden, zoals Karel Appel.

De tentoonstelling is tegelijk met Frida Kahlo & Diego Rivera: A love Revolution in het museum te zien. In deze tentoonstellingen wordt de relatie tussen kunst en politiek aan de orde gesteld.